Kies het juiste klimaatstation, zet het stedelijk hitte-eilandeffect goed en voer het gemeten verbruik van de bewoners in, per maand of per jaar.
Wat je leert
Hoe je het juiste klimaatstation kiest
Wanneer je het stedelijk hitte-eilandeffect aanzet
Hoe je het gemeten verbruik invoert, per jaar of per maand
Stap voor stap
Open het scherm Daadwerkelijk verbruik.
Kies in de keuzelijst het klimaatstation dat het dichtst bij het object ligt en het meest representatief is voor de locatie. Op de kaart zie je waar het station staat.
Zet het stedelijk hitte-eilandeffect aan als het object in een binnenstad of in dichte stedelijke bebouwing staat. Ligt het gebouw vrijstaand of landelijk, laat het dan uit.
Kies of je het verbruik per jaar of per maand invoert.
Vul per energiedrager het verbruik in voor de periode waar de standen echt bij horen, en sla op.
Goed om te weten
De berekening rekent met een standaard klimaatjaar. Door het weer van de werkelijke periode en locatie vast te leggen, kun je het gemeten verbruik eerlijk vergelijken.
Per jaar gaat het snelst. Per maand kost iets meer werk, maar je ziet dan het verschil tussen zomer en winter. Dat maakt de fit-procedure veel scherper. Heb je maandgegevens, gebruik ze dan.
Houd opgewekte en teruggeleverde stroom apart van wat er is afgenomen.
Het gekozen klimaatstation komt later ook terug in het rapport.